31 Tips voor een goed pedagogisch en positief klassenklimaat

Posted by Ralph on Wednesday, July 15, 2015 Under: Positief Klassenklimaat


Hieronder een lijst met 31 Tips voor een goed pedagogisch klassenklimaat. Door de jaren heen heb ik hierover veel info verzameld. Deze deel ik nu met jou. Ik ben benieuwd. Welke Tips zijn bekend en welke zijn helemaal nieuw voor je?

 

1.     Ontvang je kids als gasten. Een opgewekte leerkracht die iedereen begroet, zet de toon voor de dag. Laat zien dat je ze ziet en werkelijk nieuwsgierig bent naar wat je kids beweegt en wat zij te vertellen hebben.

 

2.     Een goed stemgebruik voor de klas is niet eenvoudig. Als de klas rumoerig is en je gaat harder praten om er bovenuit te komen, dan verlies je het altijd. Blijf rustig praten met een duidelijke articulatie, daar worden leerlingen vaak ook rustiger van. Praat dus niet óver het geluid heen, maar er dóórheen.

 

3.     Roep je complimenten, maar fluister je kritiek. (Dat is iets tussen jou en diegene die je aanspreekt)

 

4.     Noem je kids bij hun voornaam. Vermijd het gebruik van achternamen en troetelnamen. Twee keer per dag spreek je ieder kind positief met zijn naam aan.

 

5.     Neem na afloop van een schooldag de namenlijst van je groep voor je en ga eens na of je alle kids ‘’gezien’’ hebt. Waarom heb ik sommige kids wel ‘’gezien’’ en andere niet?

 

6.     Krijg je een brutale opmerking naar je hoofd, bedenk dan dat dit een poging is tot groter groeien. Het zegt niets over jou al leerkracht, maar het zegt iets over de jongen of meisje die zoekende is. Een zoektocht naar grenzen, waarmee jij hem kunt helpen. De grote mond vraagt dus om een correctie (een grens), die je wellicht me een glimlach ferm en duidelijk kunt geven.

 

7.     Maak veel gebruik van non-verbale signalen. Ze werken effectief en leiden andere kids niet af.

 

8.     Houd je altijd aan de afspraken, dan mag je dat ook van je leerlingen verwachten.

 

9.     Investeer extra in moeilijke kids. Probeer ze door iets ‘te pakken’ wat jij en zij gemeenschappelijk hebben ‘in je broekzak’ te krijgen. 

 

10. Geef geen persoonlijke kritiek, maar geef aanwijzingen voor beter gedrag.

 

11. Belangrijk is dat een kind uit je klas niet alleen succeservaringen opdoet, maar ook in staat wordt gesteld om deze ervaringen zelf en vaak te ‘organiseren’. Zo leert hij of zij dat hij/ zij controle kan krijgen over het opdoen van succes-ervaringen. Realiseer voor elk kind elke dag een succesje.

 

12. Beelden van kids worden opgeroepen door indrukken die je van deze kids hebt. Je zult vooral dat gedrag opmerken dat bij jouw beeld past en daarmee houd je het beeld in stand. Het gedrag dat tegen jouw beeld pleit, zie je niet bewust, waardoor je het niet snel bijstelt. Belangrijk is dat jij je realiseert dat die beelden invloed hebben op je relatie met de jongen of meisje uit je klas.

 

13. Aan het begin van de dag een overzicht geven van het verloop van de dag geeft kids rust. Het maakt duidelijk wat er gaat gebeuren. En het geeft je de kans om vooruit te lopen op moeilijke situaties.

 

14. Gedragsverandering komt vooral door belonen en prijzen. Probeer te ontdekken wanneer de kids zich goed gedragen en geef ze dan een opsteker, soms subtiel, soms voluit. Geef nooit een opsteker en kritiek tegelijk, dat werkt verwarrend.

 

15. Probeer hulp en aandacht zo te geven dat kinderen het gevoel dat ze zelf veel kunnen en zelf iemand zijn. Help ik te veel of te weinig? Met je rol als redder, blijft er altijd een slachtoffer… Doorbreek dit patroon.

 

16. Pauzes, leswisselingen en keuzewerk zijn vaak bronnen van conflicten. Structureer deze situaties vooraf, door aan te geven wat je van de kids verwacht.

 

17. Vergelijk kinderen niet met elkaar. Het is een slechte manier van motiveren. Praat met leerlingen over verschillen tussen mensen en maak ook verschillen tussen kids bespreekbaar. Benader het verschillend zijn op een positieve manier.

 

18. Neem de relatie tussen de stille kids en jezelf onder de loep. Zoek uit of het stille gedrag het kind belemmert. Welke stappen kun je zetten om dit te verbeteren? 

 

19. Vaak laat je je in conflictsituaties leiden door je emotie. Op zich geen probleem, als je je dat maar realiseert. Zo blijf je open staan voor communicatie. Sta je ook steviger in je schoenen en kom je duidelijker over.

 

20. Laat merken dat je altijd voor alle kids klaar staat: investeer in de relatie! Ben belangstellend naar de kinderen. Zeker bij kids waar je regelmatig conflictjes mee hebt, want je bent geneigd om deze kids te negeren.

 

21. Bouw ik denktijd in? Geef kids meer tijd om na te denken voor ze een vraag beantwoorden. Premie op snelheid is premie op niet goed nadenken. Kijk een kritisch naar de aanpak van ‘vinger opsteken’. In plaats daarvan: laat kids even kort in tweetallen overleggen over het antwoord.

 

22. Een beloning werkt het best als ze zowel in tijd als plaats nauw aansluit bij het gedrag. Een verrassende beloning heeft grotere waarde. Het is beter vaak te belonen dan groots te belonen.

 

23. Als het gaat om straffen: Word niet direct boos, herinner aan de regel. Geef de kans ‘’het foute gedrag’’ te herstellen. Laat je waardering blijken als de jongen of meisje uit je klas zich alsnog aan de regel houdt.

 

24. Creëer bewust prettige en ontspannende momenten. Maak gebruik van Energizers. Neem actief deel aan spelletjes.

 

25. Laat merken dat fouten maken gewoon mag bij jou in je klas. Jij maakt ze ook! En: sta niet toe dat kids om elkaars fouten lachen. Wijs de kids zoveel mogelijk op de dingen die ze goed doen of kunnen.

 

26. Bewegen en leren gaan samen. Zijn je leerlingen niet meer bij de les, probeer dan eens braingym of bewegingstussendoortjes uit. Wij denken vaak dat dit vreemd is en voor chaos zorgt, maar je kids kunnen daar veel aan hebben.

 

27. Stel je altijd positief op tegenover je kids. Elke leerling wil zijn best doen. Geen enkele leerling wil lui of dom zijn. Niemand wil falen. Zeg ‘Je hebt er zeven goed’ in plaats van ‘Je maakte drie fouten’.

 

28. Wakker geen competitie aan bij je leerlingen. Vergelijk een kind niet met een ander, maar met zichzelf.

 

29. Je hebt vast wel eens gemerkt dat als jij uit je humeur bent, je kids zich veel lastiger gedragen dan normaal. Als je merkt dat je kids zich veel lastiger gedragen dan anders, ga dan eens bij jezelf na of dit te maken heeft met de stress die jij ervaart. Kijk naar de mogelijkheid dat de kids jouw gedrag spiegelen.

 

30. Heb aandacht voor de gevoelens van kinderen. Benoem wat je bij een kind ziet. Als je het over gevoelens hebt, dan dien je het ook over je eigen gevoel te hebben. Durf je kwetsbaar op te stellen en persoonlijk te worden.

 

31. Zelf positief gedrag laten zien en voordoen is het meest basale wat je als leerkracht kunt doen.


32. Zorg dat er elke dag gelachen wordt. Niet om elkaar, maar met elkaar. (Dankjewel Anja voor deze supertip. Zie reacties).

 

Dit waren de 31 Tips voor een goed pedagogisch klassenklimaat. Laat je hieronder in een reactie weten wat jij van deze 31 Tips vindt?

Als je zelf nog een goede tip hebt om je klassenklimaat te verbeteren, dan mag je deze ook toevoegen hieronder. Dan pas ik deze lijst aan en kunnen we het delen met alle leerkrachten van Nederland en België.

 

Ik stel het ook erg op prijs als je deze lijst wilt delen via Facebook (of op een andere manier). Met positieve groeten, Ralph

In : Positief Klassenklimaat 


Tags: pedagogisch klassenklimaat  leerkrachten  positief klassenklimaat 
blog comments powered by Disqus

 

 

Vond je dit een leuk blogbericht? Vul hiernaast vrijblijvend je naam en email in en ontvang GRATIS:

  • ‘150 Tips …om kinderen te laten zien dat je om ze geeft’ (Ebook).
  • Updates! Ik houd je op de hoogte van belangrijke updates.
  • Ontdek ook (net als 2247 anderen) hoe jij (nóg) positiever voor je klas staat.
150 Tips Positief Leren




Loading

 

Niks Missen? Like Mij